Wat doet een arbeidsdeskundige? Rol, werkwijze en wanneer je ermee te maken krijgt

Een arbeidsdeskundige beoordeelt wat je nog kunt werken als je door ziekte of een beperking (gedeeltelijk) bent uitgevallen. Hij of zij kijkt niet alleen naar je medische situatie, maar vooral naar wat dat betekent voor je werk: welke taken je nog aankunt, welke aanpassingen mogelijk zijn en of je bij je eigen werkgever kunt blijven of elders aan de slag moet.

Je krijgt met een arbeidsdeskundige te maken bij langdurig ziekteverzuim, bij een WIA-keuring of als je werkgever en jij er samen niet uitkomen over re-integratie. Hieronder lees je precies wat een arbeidsdeskundige doet, hoe zo’n beoordeling verloopt en wat je ervan kunt verwachten.

De kern van wat een arbeidsdeskundige doet

Een arbeidsdeskundige brengt twee werelden samen: arbeid en gezondheid. Hij of zij vertaalt de beperkingen die een arts of verzekeringsarts heeft vastgesteld naar de praktijk van werk. Dat klinkt abstract, maar het is heel concreet: kan jij nog acht uur per dag zitten? Kun je beeldschermwerk aan? Kun je zwaar tillen? De arbeidsdeskundige legt die antwoorden naast de eisen van jouw functie.

Op basis daarvan geeft de arbeidsdeskundige een advies. Dat advies kan verschillende kanten opgaan: aanpassing van je taken, een andere functie bij dezelfde werkgever, omscholing of, als geen van die opties haalbaar is, de conclusie dat je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent.

In welke situaties komt een arbeidsdeskundige in beeld?

Er zijn een paar vaste momenten waarop je met een arbeidsdeskundige te maken krijgt:

  • Bij langdurig ziekteverzuim (spoor 1 en spoor 2). Na ongeveer een jaar ziekte moet je werkgever een re-integratieplan opstellen. Een arbeidsdeskundige helpt beoordelen of terugkeer naar je eigen functie mogelijk is (spoor 1) of dat je elders werk moet zoeken (spoor 2).
  • Bij de WIA-keuring. Na 104 weken ziekte beoordeelt het UWV of je recht hebt op een WIA-uitkering. Een verzekeringsarts stelt je belastbaarheid vast; daarna bepaalt de arbeidsdeskundige of er passende functies zijn die je nog kunt doen.
  • Bij een arbeidsconflict over re-integratie. Als jij en je werkgever het niet eens zijn over wat je wel of niet kunt werken, kan een onafhankelijke arbeidsdeskundige worden ingeschakeld om te bemiddelen of een second opinion te geven.
  • Bij aanvraag van een Wajong-uitkering of andere regelingen. Ook dan beoordeelt een arbeidsdeskundige of en hoeveel je nog kunt werken.

Hoe verloopt een beoordeling door een arbeidsdeskundige?

Een beoordeling begint meestal met een gesprek. De arbeidsdeskundige stelt vragen over je werk, je dagelijks functioneren en je klachten. Soms vindt dat gesprek op kantoor plaats, soms thuis of via een videogesprek. Er is geen lichamelijk onderzoek; dat is de taak van een arts.

Daarna kijkt de arbeidsdeskundige naar je functie-eisen en vergelijkt die met wat je nog kunt. Bij een WIA-keuring gebruikt het UWV een systeem met zogeheten “maatmanfuncties”: een lijst van beroepen waarvoor wordt nagegaan of jij die, ondanks je beperkingen, nog zou kunnen uitvoeren. Op basis van die vergelijking wordt je loonverlies berekend, en dat bepaalt voor welk percentage je arbeidsongeschikt wordt verklaard.

Bij re-integratie op het werk is de aanpak praktischer. De arbeidsdeskundige kijkt bijvoorbeeld of je werkplek aangepast kan worden, of werktijden flexibeler kunnen, of een andere afdeling passender is. Hij of zij geeft daarna een concreet advies aan jou en je werkgever.

Wat een arbeidsdeskundige níet doet

Een arbeidsdeskundige is geen arts en stelt geen diagnoses. Hij of zij beoordeelt ook niet of je ziek bent of niet; dat is de taak van de bedrijfsarts of verzekeringsarts. De arbeidsdeskundige neemt de medische beperkingen als gegeven en vertaalt die naar de arbeidsmarkt.

Bovendien is een arbeidsdeskundige bij het UWV geen partijdige adviseur voor jou. Hij of zij werkt in opdracht van het UWV en beoordeelt onafhankelijk. Dat betekent dat de uitkomst soms anders uitpakt dan je hoopt. Ben je het niet eens met de conclusie? Dan kun je bezwaar maken bij het UWV. Je kunt ook zelf een onafhankelijke arbeidsdeskundige inschakelen voor een second opinion; dat is een erkend recht.

Arbeidsdeskundige bij je werkgever of via het UWV?

Er zijn twee soorten situaties. In de eerste twee ziektejaren werkt de arbeidsdeskundige vaak samen met de bedrijfsarts van jouw werkgever of arbodienst. Het doel is dan re-integratie: terugkeer naar werk. Na 104 weken ziekte neemt het UWV het over en beoordeelt een eigen arbeidsdeskundige of je in aanmerking komt voor een uitkering.

Naast deze officiële trajecten zijn er ook zelfstandige en commerciële arbeidsdeskundigen. Werkgevers, verzekeraars of werknemers kunnen die inhuren voor advies, mediation of een second opinion. De kwaliteitseisen voor het beroep zijn vastgelegd; een registerarbeidsdeskundige (ra) heeft een erkende opleiding gevolgd en staat ingeschreven in het register van de Nederlandse Vereniging van Arbeidsdeskundigen (NVvA).

Wat kun je zelf doen als je een arbeidsdeskundige spreekt?

Bereid het gesprek voor. Denk van tevoren na over wat je op een gewone dag wel en niet kunt, niet alleen op je beste dag maar ook op je slechtere dagen. Neem indien mogelijk een vertrouwenspersoon of iemand van de vakbond mee; dat is je goed recht. Schrijf vragen op die je wilt stellen, bijvoorbeeld over de functies die worden gebruikt bij de beoordeling of over hoe het advies tot stand is gekomen.

Ben je het niet eens met het eindadvies of de conclusie? Vraag altijd om een schriftelijke toelichting en laat je informeren over je bezwaarmogelijkheden. FNV biedt hiervoor ondersteuning, net als het UWV zelf via de helpdesk voor werknemers.

Een arbeidsdeskundige speelt een centrale rol op het moment dat ziekte en werk met elkaar botsen. Weten wat hij of zij precies beoordeelt en hoe dat proces werkt, helpt je om goed voorbereid het gesprek in te gaan en je eigen positie te begrijpen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *