Een arts-assistent verdient in Nederland naar schatting tussen de €3.500 en €6.500 bruto per maand in 2026, afhankelijk van het jaar van de opleiding en de cao die van toepassing is. Dat klinkt als een fatsoenlijk salaris, maar voor veel arts-assistenten voelt het anders: de combinatie van lange werkweken, hoge werkdruk en een relatief laag uurloon zorgt regelmatig voor onvrede.
Hoe is het salaris van een arts-assistent opgebouwd?
Het loon van een arts-assistent valt onder de cao Ziekenhuizen of, bij een universitair ziekenhuis, onder de cao UMC (Universitair Medisch Centrum). Beide cao’s werken met salarisschalen op basis van het jaar van de opleiding. Een arts-assistent in het eerste jaar van de specialistenopleiding (aios, assistent in opleiding tot specialist) verdient duidelijk minder dan iemand in het zesde jaar.
Globaal ziet de opbouw er zo uit:
- Jaar 1 van de opleiding: naar schatting rond €3.500 tot €3.800 bruto per maand in 2026
- Jaar 3 van de opleiding: naar schatting rond €4.300 tot €4.700 bruto per maand in 2026
- Jaar 5 of 6 van de opleiding: naar schatting rond €5.500 tot €6.500 bruto per maand in 2026
Bovenop het basissalaris ontvangt een arts-assistent in de meeste gevallen toelagen voor onregelmatige diensten, zoals nachtdiensten, weekenddiensten en feestdagen. Deze toelagen kunnen flink oplopen en maken een aanzienlijk deel uit van het totale inkomen.
Wat verdient een arts-assistent per uur?
Dit is waar het wringt voor veel arts-assistenten. Een werkweek van 36 uur is officieel de norm, maar in de praktijk liggen de werkweken door diensten en overdrachten vaak hoger. Als je het bruto maandsalaris deelt door het werkelijke aantal gewerkte uren, komt het uurloon soms lager uit dan je op basis van het brutobedrag zou verwachten. Een arts-assistent in jaar één met een bruto salaris van €3.600 per maand die structureel 45 uur per week werkt, verdient naar schatting rond €18 tot €20 bruto per uur. Dat is voor iemand met een universitaire opleiding van zes jaar relatief bescheiden.
Verschil tussen cao Ziekenhuizen en cao UMC
Arts-assistenten die werken in een academisch ziekenhuis (zoals het Amsterdam UMC, Erasmus MC of UMCG) vallen onder de cao UMC. Collega’s in een algemeen of topklinisch ziekenhuis vallen onder de cao Ziekenhuizen. De salarisschalen liggen in beide cao’s dicht bij elkaar, maar er kunnen verschillen zijn in secundaire arbeidsvoorwaarden zoals pensioenopbouw, reiskostenvergoeding en de hoogte van onregelmatigheidstoelagen.
Beide cao’s worden periodiek onderhandeld door vakbonden en werkgeversorganisaties. Bij een cao-onderhandeling die uitmondt in een loonsverhoging, gelden de nieuwe bedragen voor alle arts-assistenten die onder die cao vallen. Het is daarom altijd verstandig de actuele versie van de cao te raadplegen via de website van je ziekenhuis of via de FNV of CMHF, de vakbonden die deze cao’s mede afsluiten.
Waarom is er zoveel discussie over het salaris van een arts-assistent?
Op fora en in de praktijk klinkt regelmatig onvrede over de beloning. Een 27-jarige arts-assistent in een universitair ziekenhuis heeft op dat moment al zes jaar geneeskunde gestudeerd, mogelijk nog een master of promotietraject gevolgd, en staat dan aan het begin van een opleidingstraject van vier tot zes jaar. Ondertussen betalen veel arts-assistenten nog studieschulden af. Het gevoel dat de beloning niet in verhouding staat tot de opleiding, de verantwoordelijkheid en de werkdruk is begrijpelijk en breed gedeeld.
Daar komt bij dat een arts-assistent in loondienst werkt, terwijl een geregistreerd specialist als vrijgevestigde kan werken en daarmee aanzienlijk meer kan verdienen. Het salarisverschil tussen een arts-assistent en een volledig geregistreerde specialist is groot: een specialist in loondienst verdient naar schatting tussen de €8.000 en €12.000 bruto per maand in 2026, en vrijgevestigde specialisten kunnen daar ver bovenuit komen.
Wat zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden?
Naast het salaris heeft een arts-assistent recht op een aantal secundaire arbeidsvoorwaarden. Die zijn de moeite waard om te vergelijken:
- Pensioenopbouw via het pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) of ABP, afhankelijk van de werkgever
- Onregelmatigheidstoelagen voor nacht-, weekend- en feestdagdiensten
- Reiskostenvergoeding en soms een tegemoetkoming in studiekosten of collegegeld voor verplichte cursussen
- Vakantiedagen en bijzonder verlof conform de cao
Voor veel arts-assistenten wegen deze secundaire voorwaarden mee in de totale vergelijking, maar ze compenseren de basisbeloning zelden volledig in het gevoel van eerlijkheid dat velen missen.
Wil je precies weten wat jij als arts-assistent kunt verwachten? Zoek de meest actuele salaristabel op in de cao die op jouw werkgever van toepassing is. De exacte bedragen worden regelmatig bijgesteld, en de toelagen voor onregelmatige diensten kunnen per ziekenhuis net anders worden uitgerekend. Dat maakt het de moeite waard om bij indiensttreding goed door te vragen wat je bruto maandinkomen inclusief toelagen in de praktijk uitkomt.
