Een deurwaarder in loondienst verdient naar schatting tussen de €2.500 en €4.500 bruto per maand in 2026, afhankelijk van ervaring, functie en werkgever. Als zelfstandig gerechtsdeurwaarder liggen de inkomsten een stuk hoger, maar ook onzekerder. Hieronder zie je wat de verschillen zijn en wat die bepaalt.
Salaris als deurwaarder in loondienst
De meeste deurwaarders beginnen als toegevoegd deurwaarder of werken als belastingdeurwaarder. In beide gevallen zijn ze in loondienst, bijvoorbeeld bij een deurwaarderskantoor of bij de Belastingdienst. Het salaris volgt dan de schalen van de cao of de overheidsschalen en is daardoor relatief voorspelbaar.
Naar schatting verdient een startende toegevoegd deurwaarder in 2026 rond de €2.500 tot €3.000 bruto per maand. Met een paar jaar ervaring loopt dat op naar zo’n €3.500 tot €4.500 bruto. Belastingdeurwaarders vallen onder de salarisschalen van de Belastingdienst en zitten in een vergelijkbare bandbreedte.
Wat het salaris in loondienst bepaalt:
- Aantal jaren ervaring
- Type werkgever (klein kantoor, groot incassobedrijf of overheid)
- Regio (grotere steden betalen soms iets meer)
- Doorgroeimogelijkheden binnen het kantoor
Wat verdient een zelfstandig gerechtsdeurwaarder?
Een beëdigd gerechtsdeurwaarder die een eigen kantoor runt, is niet in loondienst maar ondernemer. De inkomsten bestaan dan uit de tarieven die worden gerekend voor officiële handelingen zoals het uitbrengen van een dagvaarding, het leggen van beslag of het uitvoeren van een ontruiming. Die tarieven zijn wettelijk vastgelegd via het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.
Omdat een gerechtsdeurwaarder een ambtelijk monopolie heeft op bepaalde handelingen, kan een goed lopend kantoor aanzienlijk meer opleveren dan een baan in loondienst. Naar schatting kan een zelfstandig gerechtsdeurwaarder in 2026 een inkomen hebben van €6.000 tot meer dan €10.000 bruto per maand, maar dit varieert sterk met de omvang van de praktijk, het aantal medewerkers en de kostenstructuur van het kantoor.
De keerzijde: een zelfstandige draagt ook alle bedrijfsrisico’s, zoals teruglopende opdrachten, personeelskosten en investeringen in systemen. Het netto-inkomen ligt dus niet automatisch veel hoger dan in loondienst, zeker niet in de opstartfase.
Toegevoegd deurwaarder versus gerechtsdeurwaarder: het verschil in inkomen
Een toegevoegd deurwaarder is nog niet volledig beëdigd en werkt altijd onder verantwoordelijkheid van een gerechtsdeurwaarder. Dat verschil in verantwoordelijkheid zit ook in het salaris. Zodra iemand de beëdiging als gerechtsdeurwaarder haalt, kan die een eigen kantoor starten of een hogere functie bekleden, wat het inkomenspotentieel vergroot.
De opleiding tot gerechtsdeurwaarder duurt meerdere jaren en combineert praktijkervaring met een juridische studie. Dat investering betaalt zich op termijn terug in een hoger inkomen, al duurt het bij de meeste mensen vijf tot tien jaar voordat ze volledig zelfstandig opereren.
Belastingdeurwaarder: een aparte categorie
Belastingdeurwaarders werken specifiek voor de Belastingdienst en hebben een andere taakomschrijving dan gerechtsdeurwaarders. Ze innen belastingschulden en voeren dwangbevelen uit, maar zijn geen beëdigd gerechtsdeurwaarder in de klassieke zin. Hun salaris valt onder de ambtenarenschalen van de Belastingdienst. Dat geeft zekerheid en goede secundaire arbeidsvoorwaarden, maar minder inkomenspotentieel dan een eigen kantoor.
Als je primair kiest voor inkomenszekerheid en een geregelend werkpatroon, is de belastingdeurwaarder een stabiele keuze. Wil je meer verdienen en vind je ondernemerschap aantrekkelijk, dan biedt de route naar zelfstandig gerechtsdeurwaarder meer perspectief, maar ook meer risico.
Kort samengevat: wat een deurwaarder verdient hangt sterk af van de route die je kiest. In loondienst is het inkomen voorspelbaar en solide, als zelfstandig gerechtsdeurwaarder is het potentieel groter maar ook afhankelijk van de eigen praktijk. Voor wie overweegt dit beroep te kiezen, loont het om die twee paden goed tegen elkaar af te wegen.
